Waarom het voor starters moeilijker is geworden om een woning te kopen

Ondanks de lage hypotheekrente is het met name voor starters lastiger geworden om een eigen woning te kopen.

Verhouding hypotheek en woningwaarde verandert

Starters moeten meer eigen geld inbrengen om een huis te kunnen kopen. Tot 2018 gaat ieder jaar de zogenoemde loan-to-value-ratio (LTV-ratio) omlaag.
In 2015 kunnen huizenkopers nog een hypotheek krijgen van maximaal 103 procent van de waarde van het huis (inclusief overdrachtsbelasting). In 2016 zakt dit percentage naar 102 procent.
Dit betekent dat huizenkopers meer zelf moeten bijleggen, omdat ze altijd meer kosten hebben dan alleen de koopsom. Vanaf 2018 is het niet langer mogelijk om meer te lenen dan de woningwaarde. Het is voor starters belangrijk om op tijd te gaan sparen geeft Wilco Neeskens aan. Bij Neeskens Makelaars merken we wel dat veel starters zich hier al wel van bewust zijn. Een groot deel wat komt kijken heeft al een spaarpotje staan. Maar dit zorgt natuurlijk wel voor een hap in het budget voor de inrichting.

Pot startersleningen is leeg

Starters kunnen in steeds minder gemeenten een starterslening krijgen, omdat de pot voor deze leningen leeg is geraakt. Het Rijk wil het bedrag niet meer aanvullen.
Gemeenten die de leningen nog willen verstrekken, moeten de hypotheken daardoor volledig zelf financieren. Begin dit jaar konden starters nog in driehonderd gemeenten. Inmiddels is het aantal gedaald naar 257. In Zeeland zijn er nog diverse gemeentes die een pot hebben voor startersleningen. ‘Op deze manier worden starters ook gestimuleerd om op de bestaande markt een huis te kopen’, geeft Wilco Neeskens aan. Op een nieuwbouwwoning wordt geen starterslening meer
De starterslening is een extra lening bovenop de hypotheek. In de eerste drie jaar hoeft de starter geen rente over deze lening te betalen en ook nog niet af te lossen.

http://www.nu.nl/economie-achtergrond/4140608/waarom-starters-moeilijker-geworden-woning-kopen.html